Tactiek
Een trainer praat altijd over het tactisch plaatje. In Voetbalmanager heb je de keuze uit 22 verschillende spelsystemen, van 5-4-1 tot 3-4-3. Jij kunt zelf bepalen welk systeem voor jouw ploeg het beste is. In de systemen wordt gewerkt met vaste rugnummers. Dus afhankelijk van het systeem waarin jouw ploeg speelt worden de rugnummers bepaald. We onderscheiden 7 hoofdsystemen. Per hoofdsysteem zijn er ook weer verschillende mogelijkheden. We laten ze hier allemaal uitgebreid aan je zien. Binnen een elftal kunnen de spelers op verschillende plaatsen worden opgesteld. Er zijn veertien posities. In het onderstaande kader staan de posities op de juiste plaats.
Doelman
Een goede doelman kan punten pakken voor zijn club. Een fout van de doelman kan fataal zijn. Als manager moet jij zorgen dat jouw doelman van goede kwaliteit is. Een voorbeeld van een goede doelman die punten voor zijn manager pakt is Vitor Baía van FC Porto.
Laatste man
De opbouw begint vaak bij de laatste man. Hij moet daarom, buiten zijn verdedigende kwaliteiten, beschikken over een aantal extra kwaliteiten als een goede traptechniek, spelinzicht en een dosis creativiteit. Ronald Koeman is een speler die aan deze voorwaarden voldoet.
Rechtsback en linksback
Deze spelers worden vaak afgeschilderd als onbelangrijk. Dit is echter onterecht, want iedere ploeg (behalve het Nederlands Elftal) speelt met backs. Deze spelers hebben de taak om de vleugelspitsen van de tegenstander uit te schakelen. Verdedigen en snelheid zijn dan belangrijke wapens. Paolo Maldini en Frank de Boer zijn voorbeelden van backs die naast de eerder genoemde kwaliteiten iets extra's brengen en van groot belang zijn voor hun team.
Mandekker
Een mandekker staat altijd in het centrum van de verdediging. Hij moet net als backs goed kunnen verdedigen en een redelijke snelheid hebben. Bovendien kan een mandekker door een goede kopkracht een extra optie hebben om effectief te verdedigen. De inmiddels gestopte Frank Rijkaard is een goed voorbeeld van een mandekker.
Verdedigende middenvelder
Alle verdedigende kwaliteiten zijn een vereiste, maar ook moet deze speler beschikken over een meer dan modaal loopvermogen. De verdedigende middenvelder zorgt voor de balans in het elftal en ontlast de spelverdeler en/of aanvallende middenvelder. Hij vangt vaak de aanvallende middenvelder van de tegenpartij op. Voorbeelden van dit type speler zijn Fernando Redondo, Paolo Sousa en natuurlijk Jan Wouters.
Rechtshalf en linkshalf
Deze spelers moeten vooral beschikken over een goed spelinzicht en loopvermogen. Het is belangrijk om goede halfspelers te hebben, want in elk systeem zijn deze posities bezet. Als er met vleugelspelers gespeeld wordt dan moeten de halfspelers iets meer gecontroleerd spelen. Edgar Davids en Peter Bosz zijn voorbeelden van typische halfspelers.
Spelverdeler
Alle ballen moeten bij de spelverdeler ingeleverd worden, die dan een creatieve opening in de verdediging van de opponent moet vinden. Spelinzicht, traptechniek en creativiteit zijn de belangrijkste kwaliteiten die een goede spelverdeler moet hebben. De echte toppers hebben ook nog een portie doelgerichtheid en loopvermogen. Uitstekende voorbeelden van spelverdelers zijn Roberto Baggio, Matthew Le Tissier en Wim Jonk.
Aanvallende middenvelder
Om als speler op deze positie tot je recht te komen moet je vooral beschikken over snelheid, loopvermogen, spelinzicht en doelgerichtheid. De aanvallende middenvelder sluit aan bij de aanval en moet dus eigenlijk een verdedigende middenvelder in zijn rug hebben om het verdedigende werk op te knappen. Voorbeelden van aanvallende middenvelders zijn Luc Nilis, Dennis Bergkamp en Jari Litmanen. Een aanvallende middenvelder is ook vaak een goede spits. De specifieke kwaliteiten van de aanvallende middenvelder en spits hebben veel overeenkomsten.
Rechtsbuiten en linksbuiten
Behalve in Nederland spelen zeer weinig teams met vleugelspelers. Een systeem met vleugelspitsen is ook zeer moeilijk om uit te voeren. De vleugelspitsen hebben slechts een paar belangrijke kwaliteiten, te weten snelheid, traptechniek en creativiteit. Is één van deze kwaliteiten niet aanwezig dan is de speler eigenlijk niet geschikt om als vleugelspits te acteren. Ryan Giggs, Peter Hoekstra en Finidi George zijn voorbeelden van echte vleugelspitsen.
Spits
Een spits is een aanvaller die speelt in een systeem met één of twee aanvallers. De belangrijkste kwaliteit van een spits is natuurlijk doelgerichtheid. Daarnaast heeft een spits ook andere specifieke kwaliteiten nodig als snelheid, koppen, traptechniek en creativiteit. Voorbeelden van echte spitsen in het hedendaagse voetbal zijn Alan Shearer, Hristo Stoichkov, Jürgen Klinsmann en Ronaldo.
Middenvoor
Een middenvoor speelt alleen als er met drie aanvallers gespeeld wordt. Een middenvoor hoeft niet net als een spits super doelgericht zijn, hij kan ook een voorbereidende taak voor de aanvallende middenvelder hebben. Als je zonder aanvallende middenvelder speelt dan moet de middenvoor wel doelgericht zijn. Kwaliteiten als traptechniek, koppen, creativiteit en spelinzicht zijn ook belangrijk voor de middenvoors. Michael Mols en Ronald de Boer zijn voorbeelden van middenvoors die in dienst van de aanvallende middenvelder spelen en Patrick Kluivert is een middenvoor die zelf doelgericht is.
5-4-1 systeem
Dit systeem is het meest verdedigende systeem dat in Voetbalmanager gespeeld kan worden. Dit systeem wordt onder andere door de nationale ploeg van België gespeeld. Het doel van dit systeem is om achter in de nul te houden en via messcherpe counters een doelpuntje mee te pikken. Achterin staat een laatste man die ver achter zijn verdediging speelt. Voor de laatste man staan twee mandekkers die de spitsen van de tegenstander moeten uitschakelen. De twee backs completeren de verdediging. Op het middenveld kan de manager kiezen uit drie varianten A,B en C. Bij alle drie de varianten wordt met een linkshalf en een rechtshalf gespeeld. Systeem A betekent dat een spelverdeler in zijn rug gedekt wordt door een verdedigende middenvelder. Dit is dus de voorzichtige variant. Bij systeem B wordt de spelverdeler vervangen door een aanvallende middenvelder om de eenzame spits wat meer steun te geven. Systeem C is de meest avontuurlijke variant van de drie. Hier speel je met een aanvallende middenvelder én een spelverdeler. Voorin staan één spits die de kleine kansjes die hij krijgt moet benutten. Deze spits moet dus doelgericht zijn. 5-4-1 kan gespeeld worden als je tevreden bent met een gelijk spel of als je veel zwakker bent dan je tegenstander en de schade beperkt wil houden. De kans om veel te scoren is echter gering.
5-3-2 systeem
Dit verdedigende systeem is vooral in Duitsland populair. De laatste linie heeft dezelfde vorm als bij het 5-4-1 systeem. Een laatste man die ver achter zijn verdediger staat, twee mandekkers en twee backs. Het verschil tussen beide systemen ligt op het middenveld en de aanval. Het middenveld speelt altijd met een linkshalf, een rechtshalf en een spelverdeler. De middenvelders moeten wel sterk zijn, anders wordt het middenveld overlopen en wordt de druk op de verdediging erg groot. Ook krijgt de aanval bij een zwak middenveld weinig ballen. De aanval bestaat uit twee spitsen die van goede kwaliteit moeten zijn om het gering aantal kansen om te zetten in doelpunten. Met dit systeem kan je goed uit de voeten als je achter in de nul wilt. De verdedigers zullen achter in de bal veelvuldig rondspelen. De opbouw verloopt dus zeer traag.
4-5-1 systeem
Dit systeem is op dit moment erg populair in het internationale voetbal. Het doel van dit systeem is om vanuit een gesloten verdediging met een sterk bezet middenveld snel te counteren. Achterin kan er gekozen worden om met twee mandekkers (systeem F) te spelen of met een laatste man (systeem E). Het middenveld is volledig bezet. Het is de bedoeling dat de middenvelders bij sluiten om de enige spits te ondersteunen. Als dit systeem goed wordt uitgevoerd dan kan dit lijden tot attractief voetbal. Voorbeelden van teams die dit systeem perfect beheersen zijn Roemenië en Portugal. 4-5-1 is een ideaal countersysteem, mits je een goede snelle spits hebt.
4-4-2 systeem
Het 4-4-2 systeem is het meest gespeelde systeem. Dit systeem zorgt voor een goede balans tussen de linies. Door bepaalde accenten te leggen kan er voor een defensieve of offensieve variant gekozen worden. De uitvoering van het 4-4-2 systeem kan op zes verschillende manieren. Ten eerste sta je als manager voor de keus om met of zonder een laatste man te spelen. Het middenveld kan op drie verschillende manieren spelen, net als bij het 5-4-1 systeem. Brazilië is met systeem J wereldkampioen geworden, en vooral Engelse ploegen, zoals Blackburn Rovers en Arsenal, spelen met systeem K.
4-3-3 systeem
Dit systeem brengt Ajax op dit moment grote successen. Dit systeem is zeer moeilijk om uit te voeren en alle linies moeten goede kwaliteiten hebben, anders faalt dit systeem. Het 4-3-3 systeem heeft twee varianten, systeem M (met laatste man) en systeem N (twee mandekkers). Het middenveld moet dermate sterk zijn dat het niet overlopen wordt en de aanval mag niet te zwak zijn, anders heb je niets aan de drie aanvallers. De middelste aanvaller bij het 4-3-3 systeem is geen spits maar een middenvoor. Dit systeem is alleen succesvol als je sterker bent dan de tegenstander.
3-5-2 systeem
3-5-2 is een systeem met risico's. De verdediging moet uit drie toppers bestaan, anders lopen de aanvallers van de tegenpartij dwars door de verdediging heen. Het sterk bezette middenveld moet de aanval veel ballen toespelen zodat diezelfde aanval kansen kan gaan creëren. Ook voor dit systeem geldt dat je sterker moet zijn dan de opponent, anders kon de uitslag wel eens tegenvallen. 3-5-2 kan je spelen met (systeem O) of zonder een laatste man (systeem P). Liverpool is een club die af en toe gebruik maakt van het 3-5-2 systeem.
3-4-3 systeem
Dit is het meest aanvallende systeem. Het Nederlands elftal speelt een variant van dit systeem. Dit systeem is alleen uit te voeren als je vele malen sterker bent dan je tegenstander. Een sterke tegenstander weet vaak te profiteren van de ruimte die achterin weg wordt gegeven. Er zijn zes varianten op het 3-4-3 systeem. Je kan namelijk met of zonder laatste man spelen en ook het viermans middenveld kan op verschillende manieren ingedeeld worden.
Overzicht van de systemen
De rugnummers in de kaders verwijzen naar je wedstrijdformulier. Als je besluit om systeem C te spelen dan moet je achter de naam van de speler het rugnummer zetten dat overeenkomt met de positie waar de speler moet gaan spelen. Dus achter de naam van de speler die van jou als spelverdeler moet gaan spelen, plaats je een 8. Achter de naam van de speler die deze wedstrijd als aanvallende middenvelder gaat spelen moet je een 10 plaatsen etcetera.
Het is belangrijk dat je een systeem speelt dat bij je selectie past. Het is dus zinloos om 4-3-3 te spelen als je geen vleugelspelers in de selectie hebt. Het is ook aan te raden voorzichtig te zijn met de aanvallende systemen. Tegen een sterke tegenstander kan het elftal tegen een forse nederlaag aanlopen. Te verdedigend spelen is ook niet aan te bevelen, tenzij je elftal heel zwak is.
Controleer altijd of het gekozen systeem overeenkomt met de rugnummers die jij aan de spelers gegeven hebt. Een foutje is immers snel gemaakt en zo'n foutje zou je wel eens de overwinning kunnen kosten. Dat zou toch zonde zijn.
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |